Gentse Feesten – deel 1
Meer nog dan de Hotsy Totsy (dat op 21 juli de enige echte poxebzie-avond organiseert, vanaf 18u30 en met achtereenvolgens de antistresspoweet, Philip Meersman, Els Dams, Steven De Swerts, Jef Staes en Didi de Paris als dichters) is Het Hof van Ryhove de literaire oase in de Gentse Feesten. Twee tentoonstellingen vinden er plaats. Het gebouw zelf staat in het teken van het Bertolt Brecht-jaar, met twee tentoonstellingen, een leeshoek, een theaterlezing, muziekverteltheater en nog meer muziek, een alfabetisch kinderprogramma en een poezie-hommage op dezelfde 21 juli als hierboven. Dat wordt kiezen op onze nationale feestdag.
Gisteren was ik op de opening van een andere tentoonstelling, in de tuin van het Hof van Ryhove, getiteld: x93Interioriteitx94. Ik zag 11 foto’s op glanzende doeken spelen met de wind en 11 gedichten op het gras liggen. Ja, er waren verbanden. Ja, er was ingetogen middeleeuwse muziek. Ja, er zijn zes typologiexebn om over fotografie te spreken (maar welke ook alweer?), en drie ervan vinden we in de aanwezige foto’s terug. Ja, dat heb ik allemaal onthouden van de lezing door een kunsthistorica. Ja, de gedichten hadden, net zoals met de muziek het geval was, ook zonder microfoon ten gehore gebracht kunnen worden. Ja, er was veel drank en kleiner wordende ogen. Ja, het licht ging stipt om middernacht uit, maar toen bleven we nog maar met een vijftal mensen over.
Tegen die tijd was over vanalles gediscussieerd: met de schepen van cultuur over de komende gemeenteraadsverkiezingen, met een ex-collega over het zoeken naar werk, of met dichters over de unfaire behandeling van Uitgeverij P in het laatste nummer van de Poxebziekrant. Zonder dat de dichters in de discussie objectief genoemd kunnen worden, kwamen we toch tot de slotconclusie dat ook de groots opgezette poxebziegeschiedenis dat niet altijd is. Enerzijds wordt het Poxebziecentrum zelf eenzijdig positief belicht, omgekeerd wordt P ofwel niet vermeld (Brems beschrijft de hedendaagse situatie als x93een tijd waar iedere debutant bij het Vlaamse Fonds voor de Letteren een stimuleringsbeurs aanvraagt en/of gepubliceerd wordt bij een van de grote Nederlandse uitgevers of in Vlaanderen minstens bij Lannoo of het Poxebziecentrumx94, terwijl bijvoorbeeld, afgaande op de cijfers die Groenewegen in zijn artikel plaatst, in 1999 de helft van de bundels van Vlaamse dichters door P worden uitgegeven en in 2005 nog altijd een derde), ofwel wordt het fonds in zijn geheel bij het grof vuil gezet (door Hans Vandevoorde, wanneer hij het over de Vlaamse poxebziemarkt en de lokale uitgevers hier heeft): x93Nog kwalijker is de massale onkritische uitgave van derderangsdichters in bepaalde poxebziefondsen. Ook deze dichters zijn belangrijk voor het brede spectrum, maar ze bezorgen de poxebzie uit Vlaanderen geen goede naam in jury’s als die van de VSB en de Buddingh’-prijs, die geconfronteerd wordt met de vaak lelijke kaften en slecht geredigeerde poxebzie van Uitgeverij P en van het iets kieskeuriger Lannoo.x94
Dit was de derde keer op korte tijd dat ik in eenzelfde discussie terecht kwam. Het ligt bij veel mensen toch erg op de maag dat er met twee maten en gewichten werd gewerkt. Persoonlijk denk ik dat de uitgeverij nog het ontstane beeld van de beginjaren tegen zich heeft, waarin inderdaad verschillende simpelweg ondermaatse bundels verschenen zijn. Ondertussen heeft de uitgeverij zich volgens mij opgewerkt en mag ze zeker op dezelfde hoogte van het Poxebziecentrum (die opvallend genoeg in het laatste citaat niet vernoemd wordt) staan, met positieve uitschieters. Naast de vele vertalingen (ook altijd van belang voor de poezie) zijn dat voor mij op de eerste plaats de debuutbundels van Jan Geerts en Sven Cooremans, en ook de nieuwste bundel van Toon Vanlaere valt voorlopig (na eerste lezing) goed uit. En Hubert van Herreweghen die misschien wel de meest onderschatte Vlaamse levende dichter is, voeg ik er voortvarend aan toe, heeft ook al twee bundels bij P uitgebracht.
Gisteren werd het hele themanummer afgekraakt. Wat ontbrak er dan, wat werd er overbelicht? vroeg ik. Het bleek toch moeilijker om zo 1-2-3 hupsala op die vraag te antwoorden. Ja, de pink poets zouden meer aandacht moeten krijgen (nog meer aandacht? merkte ik op, en bedacht dat mijn gesprekspartner van Antwerpen was en hen misschien nog allemaal persoonlijk gekend had) en Erik Spinoy kreeg anderhalve pagina en hoe goed hij ook is, dat was toch wat teveel in een overzicht. Echte kritiek kreeg ik niet te horen. Alleen dat het vele werk van Leo Peeraer voor de poxebzie niet naar waarde geschat werd.
Toch zijn er bij het themanummer van de Poxebziekrant best wel kanttekeningen te maken. (wordt vervolgd)
x
ps: Terwijl ik dit schrijf is het zaterdag geworden. de opening was op donderdagavond.
pps: leestip.
